1. NHG-grens stijgt
De NHG-grens gaat omhoog van €450.000 naar €470.000. Dat betekent dat je bij een groter deel van de koopwoningen gebruik kunt maken van deze garantie. Nieuw is dat dit bedrag nu geldt voor alle woningtypes, dus ook voor tiny houses, woonwagens en standplaatsen. Investeer je in verduurzaming? Dan mag je zelfs tot €498.200 lenen met NHG.
2. Aangepaste leenruimte voor verduurzaming
Hoe energiezuiniger je woning, hoe meer je kunt lenen. Maar in 2026 daalt deze extra leenruimte voor de hoogste energielabels:
- A+++: van €30.000 naar €20.000
- A++++: van €50.000 naar €40.000
- A++++ met Energieprestatiegarantie (EPG): van €50.000 naar €40.000
3. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing
Vanaf 2026 verandert de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Het gaat hierbij om subsidie voor ventilatie, het verlagen van de vergoeding voor lucht-waterwarmtepompen, het verruimen of verdwijnen van de voorwaarden bij bodemisolatie, kozijnen, glas in monumentale panden.
Kijk voor meer informatie op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde
4. Hogere startersvrijstelling bij eerste huis
Starters tussen de 18 en 35 jaar krijgen in 2026 iets meer ruimte. De grens voor de startersvrijstelling bij de overdrachtsbelasting stijgt van €525.000 naar €555.000. Koop je een woning onder die grens en voldoe je ook aan de overige voorwaarden? Dan hoef je geen overdrachtsbelasting te betalen.
5. Overdrachtsbelasting op tweede woning of verhuurde woning
Voor beleggers en kopers van een tweede woning wordt de overdrachtsbelasting verlaagd: in 2025 bedraagt deze nog 10,4%, maar vanaf 2026 geldt een tarief van 8%.
6. Tijdelijk volledig aflosvrij bij dubbele lasten
Heb je tijdelijk twee woningen? Vanaf 2026 mag een bestaande NHG-lening tijdelijk volledig aflosvrij worden gemaakt. Dit verlicht de dubbele lasten tijdens de overgang naar je nieuwe woning. Voorwaarde: beide woningen moeten fiscaal als ‘eigen woning’ gelden.
7. Ruimere toetsing van inkomen tussen AOW en pensioen
Tot nu toe mochten geldverstrekkers na de AOW-leeftijd alleen pensioen, AOW en lijfrente meenemen. Vanaf 2026 mogen zij ook beoordelen of een tijdelijk lager toetsinkomen verantwoord kan worden opgevangen, bijvoorbeeld met aantoonbaar inkomen uit werk of onderneming. Deze verruiming geldt voor de periode tussen de AOW leeftijd en de wettelijke pensioenrichtleeftijd van 68 jaar.
Wat betekent dit voor jou?
Wil je weten wat deze wijzigingen betekenen voor jouw situatie? Neem contact op met onze financieel adviseurs voor een persoonlijke hypotheekberekening.